Studenten zien sleutelrol voor RINIS in publieke data spaces
RINIS kan een sleutelrol spelen bij de ontwikkeling van publieke data spaces. Dat is de conclusie van een onderzoek van vijf studenten van Rotterdam School of Management. Zij zien die rol voor RINIS omdat de stichting technisch specialist is en veel ervaring heeft met standaarden, governance en samenwerking tussen overheidsorganisaties. Die combinatie is belangrijk omdat er voor succesvolle invoering van data spaces duidelijke afspraken, juridische afstemming en voldoende draagvlak nodig zijn.
In de afgelopen maanden onderzochten de studenten welke rol RINIS kan spelen in data spaces. Dat zijn decentrale omgevingen waarin organisaties gegevens delen, terwijl zij zelf controle houden over het gebruik van hun data. De onderzoeksvraag sluit goed aan op de bestaande activiteiten van RINIS rond veilige gegevensuitwisseling en Europese projecten zoals het Once Only Technical System, kortweg OOTS.
Die activiteiten komen voort uit de groeiende Europese aandacht voor deze manier van gegevensuitwisseling. De Europese datastrategie, de Data Governance Act en de Data Act geven een duidelijke impuls aan veilige en gecontroleerde gegevensdeling tussen publieke en private organisaties. Publieke en private organisaties bereiden zich daardoor voor op nieuwe vormen van samenwerking, met gezamenlijke afspraken over toegang, gebruik en vertrouwen.
“Data spaces spelen een belangrijke rol bij het veilig en gecontroleerd delen van gegevens tussen publieke en private organisaties”, zegt Liam Muitjens, business consultant bij RINIS. “Dat raakt direct aan waar RINIS voor staat. We hebben veel kennis van de techniek, maar wilden beter begrijpen welke juridische kaders, governanceafspraken en IDSA-standaarden daarvoor nodig zijn. De studenten hebben daarvoor waardevol voorwerk gedaan waarop wij onze verdere analyses en keuzes kunnen baseren.”
RINIS heeft al een sterke basis
Volgens het onderzoek heeft RINIS al veel kennis over data spaces: er is ervaring met interoperabiliteit, eDelivery en andere veilige gegevensuitwisseling en samenwerking over landsgrenzen heen. Ook OOTS vormt een stevige basis. Binnen dat systeem werkt RINIS al met een federatieve architectuur, gestandaardiseerde protocollen en veilige grensoverschrijdende gegevensuitwisseling. Organisaties houden daarbij zelf controle over hun gegevens. Dat sluit aan op een belangrijk uitgangspunt van data spaces.
De technische kennis, standaardisatie en bestaande governance van RINIS is volgens de studenten dus sterk. De belangrijkste ontwikkelpunten liggen volgens het onderzoek bij juridische afstemming en de bereidheid van organisaties om nieuwe manieren van gegevensuitwisseling daadwerkelijk te gebruiken.
De grootste uitdaging ligt buiten de techniek
Het onderzoek laat zien dat veel overheidsorganisaties de waarde van data spaces herkennen. Zij verwachten minder complexe gegevensuitwisseling, beter identiteitsbeheer en meer mogelijkheden om dienstverlening rond burgers te organiseren.
Tegelijkertijd is het bredere ecosysteem nog niet klaar voor grootschalige invoering. Organisaties verschillen sterk in kennisniveau en hebben weinig ruimte om te experimenteren. Ook zijn zij vaak terughoudend vanwege juridische onzekerheid, bestaande IT-systemen en de noodzaak om de dagelijkse dienstverlening tijdens veranderingen te laten doorgaan.
Volgens de studenten is daarom niet de vraag of RINIS technisch een data space kan ondersteunen. De belangrijkste vraag is of voldoende organisaties bereid en in staat zijn om gezamenlijk afspraken te maken en over te stappen.
Geen eigenaar, maar bewaker van de spelregels
Het advies aan RINIS is om zich te ontwikkelen tot aanjager van publieke data spaces. Daarbij zien zij een mogelijke rol als Data Space Governance Authority: een partij die organisaties helpt om gezamenlijke afspraken te maken over deelname, toegang, gebruik en vertrouwen. De deelnemende organisaties blijven daarbij zelf verantwoordelijk voor hun eigen gegevens.
Die rol past bij RINIS, zo stelt het onderzoek. De stichting heeft al ervaring als onafhankelijke en vertrouwde partij tussen verschillende overheidsorganisaties. Vanuit die positie kan RINIS helpen om technische standaarden, juridische afspraken en publieke belangen met elkaar te verbinden.
De studenten adviseren om daarbij eerst intern en met de organisaties die bij RINIS zijn aangesloten een gedeelde visie te ontwikkelen. Daarna kan RINIS werken aan gezamenlijke kaders en kleinschalige experimenten.
Samen werken aan juridische en organisatorische voorwaarden
Er is een brede aanpak nodig omdat vertrouwen in een data space niet ontstaat door één technische oplossing. Organisaties moeten ook overeenstemming bereiken over toelating, toegangsrechten, contracten en de voorwaarden waaronder gegevens mogen worden gebruikt. Een eerste proof of concept kan vervolgens aantonen hoe die afspraken en technische voorzieningen in de praktijk samenwerken. De studenten noemen onder meer identiteitsmanagement, onderwijs, werk, belastingen en financiële dienstverlening als mogelijke terreinen voor experimenten.
Concreet stellen de studenten voor dat RINIS met drie werkgroepen start. Een eerste groep kan zich richten op wetgeving en governance. Een tweede groep kan werken aan technologie, architectuur en innovatie. Een derde groep kan zich bezighouden met bewustwording, kennisdeling en de invoering binnen organisaties.
Zorgvuldig omgaan met publieke gegevens
Gino Laan, directeur van stichting RINIS, is onder de indruk van het onderzoek. Hij ziet tegelijkertijd dat data spaces ook nieuwe vragen oproepen. “De studenten hebben in korte tijd een complex onderwerp helder in kaart gebracht”, zegt hij na de presentatie. “Data spaces kunnen veel publieke waarde opleveren, maar brengen ook verantwoordelijkheden mee. Zeker wanneer organisaties gegevens over burgers delen of over landsgrenzen samenwerken, moeten we zorgvuldig nadenken over vertrouwen, regels en beheer.”
Volgens Laan is het belangrijk dat publieke organisaties zelf actief bijdragen aan de ontwikkeling van data spaces. “Een Europese standaard biedt kansen, maar we moeten ook goed blijven kijken naar verschillen tussen landen en publieke waarden. Veel gegevens samenbrengen kan voordelen opleveren, maar vraagt altijd om duidelijke waarborgen.”
Professioneel advies
Julia Christiaanse, solution architect bij RINIS, en Liam Muitjens begeleidden het onderzoek. Volgens Muitjens gingen de studenten verder dan de oorspronkelijke onderzoeksvraag: “Het resultaat is een professioneel rapport dat ons helpt om scherp te krijgen welke rol RINIS in de ontwikkeling van publieke data spaces kan innemen en welke stappen nodig zijn om die rol de komende jaren waar te maken.”